ECLI:NL:HR:2009:BH2684
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt opzet bij niet-melden van milieubeheerinrichtingen
Verdachte dreef twee inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer zonder tijdig melding te doen bij het bevoegd gezag, zoals vereist binnen twaalf weken na de inwerkingtreding van het Besluit op 1 oktober 2000. Het Hof stelde vast dat verdachte deze meldingen pas in 2004 deed, ruim na de termijn.
De feiten werden onderbouwd met gedetailleerde waarnemingen van de verbalisanten, waaronder de aanwezigheid van grote aantallen voertuigen, onderdelen en professionele werkplaatsen op de locaties. Verdachte erkende geen melding te hebben gedaan en verklaarde dat het om een uit de hand gelopen hobby ging. Het Hof concludeerde dat verdachte bewust het risico aanvaardde dat hij in strijd handelde met de meldingsplicht en dat sprake was van opzet.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof de bewezenverklaring voldoende had gemotiveerd en dat het opzet niet hoefde te zijn gericht op het niet naleven van de wettelijke verplichting zelf. Het cassatieberoep werd verworpen. Hoewel de redelijke termijn was overschreden, leidde dit niet tot rechtsgevolgen vanwege de voorwaardelijke geldboete.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verdachte opzettelijk niet tijdig melding deed van twee milieubeheerinrichtingen en verwerpt het cassatieberoep.