Uitspraak
1.Geding in cassatie
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
15 oktober 2013.
Hoge Raad
In deze economische strafzaak over asbest heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van de verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Het hof had het bewezenverklaarde feit gekwalificeerd als het opzettelijk en wederrechtelijk brengen van een gevaarlijke stof in de bodem, lucht of oppervlaktewater door een rechtspersoon, met gevaar voor de openbare gezondheid.
De Hoge Raad oordeelde dat deze kwalificatie niet verenigbaar is met de bewezenverklaring zoals vastgesteld in de bewijsvoering van het hof. Dit gebrek aan consistentie tussen bewezenverklaring en kwalificatie leidt tot vernietiging van het arrest.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam, Economische Kamer, voor een hernieuwde berechting en afdoening op het bestaande hoger beroep. De overige middelen zijn niet besproken omdat de vernietiging en terugwijzing reeds voldoende zijn.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 15 oktober 2013.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.