Conclusie
[eiser],
[verweerder 1],
[verweerster 2],
Onderdeel 1richt zich tegen het oordeel in rov. 3 van het bestreden arrest dat de afwijking van de oorspronkelijke bouwtekening niet leidt tot non-conformiteit.
Onderdeel 2richt zich tegen de oordelen in rov. 5 en 8 over het wegdrukken van de zijmuren en het instortingsgevaar.
Onderdeel 3richt zicht tegen het passeren van het bewijsaanbod in rov. 10.
Subonderdeel 1.2bevat een motiveringsklacht voor het geval het hof deze regel niet zou hebben miskend.
subonderdeel 1.1op zichzelf terecht klaagt dat het hof in rov. 3 de regel van het arrest [A/B] lijkt te hebben miskend. Het hof toetst immers of [eiser] in concreto bij de koop is afgegaan op informatie uit de bouwtekening. Ook als dat niet het geval is geweest, mag bij de koper in beginsel de verwachting bestaan dat is gebouwd conform de bouwvergunning- c.q. tekening. Bij deze stand van zaken behoeft de motiveringsklacht van
subonderdeel 1.2geen afzonderlijke bespreking.
onderdeel 1bij gebrek aan belang niet tot cassatie kan leiden. Ik denk dat hierdoor mede wordt verklaard waarom de rechtbank kennelijk bij nader inzien is afgeweken van het bij comparitie besproken spoor. [22]
onderdelen 2 en 3stel ik het volgende voorop. In cassatie staat rov. 4 niet ter discussie. Volgens deze overweging zou er in dit geval alleen sprake kunnen zijn van een tekortkoming in verband met de scheefstand van de wanden indien de recreatiewoning (i) dreigt in te storten doordat (ii) de scheefstand van de wanden in relevante mate is toegenomen door (iii) een oorzaak die [eiser] niet kende en redelijkerwijs ook niet kon kennen.
zijnkomen te staan. Gezien rov. 4, in cassatie onbestreden, is dat waarop het aankomt.
zijnkomen te staan, bieden de rapporten van BBAW uit 2009 en 2011 volgens het hof geen steun.
verergerd.Er zijn geen oudere metingen waarmee de in 2009 gemeten scheefstand wordt vergeleken. Wel blijkt uit het rapport een inschatting van deskundige dat de situatie niet stabiel is. Dat zou kunnen impliceren dat de scheefstand anno 2009 erger is dan die in 2005, maar dat hoeft niet het geval te zijn. In ieder geval behoefde het hof dat in het licht van het verweer van [verweerder] nog niet uit het rapport af te leiden.
subonderdeel 3.1), of anders zou het hof het passeren van het bewijsaanbod onvoldoende (begrijpelijk) hebben gemotiveerd (
subonderdeel 3.2).