ECLI:NL:PHR:2013:168
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling woonfunctie van delen verzorgings- en verpleeghuizen voor onroerendezaakbelasting
In deze zaak staat centraal of delen van een verpleeghuis als woning of dienstbaar aan woondoeleinden kwalificeren voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Stichting X betwistte de heffing van gebruikersbelasting over het gehele pand, stellende dat 44% van de waarde moet worden vrijgesteld omdat die delen een woonfunctie hebben.
De rechtbank wees het beroep af wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat woonfunctie alleen kan worden aangenomen als bewoners in een ruimte vrijelijk kunnen verblijven met enige privacy en eigen tijdsbesteding, wat in het verpleeghuis niet het geval zou zijn.
De advocaat-generaal betoogt dat deze criteria onjuist zijn en strijdig met de wet en jurisprudentie. Wonen moet worden beoordeeld op feitelijk gebruik en duurzame bewoning met basisvoorzieningen. Ook wijst hij op het objectieve karakter van de OZB en het belang van een cijfermatige toets (≥70%). Hij pleit voor een verwijzing om het hof opnieuw te laten oordelen met de juiste maatstaven.
De conclusie strekt ertoe het beroep in cassatie van belanghebbende gegrond te verklaren en de uitspraak van het hof te vernietigen. De zaak betreft een bredere problematiek van de afbakening van woon- en niet-woongedeelten in verzorgings- en verpleeghuizen voor fiscale doeleinden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Stichting X wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling.