ECLI:NL:GHAMS:2012:BY0963
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- J.P.A. Boersma
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Vermindering onroerende-zaakbelasting voor verzorgingsappartementen in zorgcentrum
Het geschil betreft de aanslagen onroerende-zaakbelasting (OZB) voor de jaren 2008 en 2009 voor een multifunctioneel zorgcentrum met verzorgingsappartementen en verpleegkamers. De heffingsambtenaar legde aanslagen op, maar belanghebbende betwistte deze en stelde dat delen van het pand, zoals de verzorgingsappartementen, hoofdzakelijk een woonfunctie vervullen en daarom vrijgesteld moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat het pand niet in hoofdzaak tot woning dient omdat ook een aanzienlijk deel een verzorgingsfunctie heeft. Het hof bevestigt echter dat de verzorgingsappartementen en bepaalde algemene ruimtes hoofdzakelijk dienstbaar zijn aan woondoeleinden en daarom in aanmerking komen voor vermindering van de OZB-gebruiksbelasting. De verpleegkamers worden daarentegen als werkruimten voor verplegend personeel beschouwd, met een overheersende verzorgingsfunctie.
Het hof past de jurisprudentie toe en concludeert dat 62,7% van het pand vrijgesteld moet worden op grond van artikel 220e van de Gemeentewet. Dit leidt tot een vermindering van de heffingsmaatstaf tot circa 37,3% van de oorspronkelijke waarde voor beide jaren. Tevens veroordeelt het hof de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hof vermindert de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting over 2008 en 2009 tot circa 37,3% van de oorspronkelijke waarde en veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten.