ECLI:NL:GHARN:2005:AV0163
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt tarieftoepassing onroerendezaakbelasting voor verzorgingshuis als niet-woning
Belanghebbende is eigenaar van een verzorgingshuis waar ongeveer 140 ouderen verblijven. Voor het belastingjaar 2002 werd een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd op basis van een WOZ-waarde van ruim €3,9 miljoen en het hogere tarief voor niet-woningen.
Het geschil betrof de vraag of het verzorgingshuis als woning of niet-woning moest worden aangemerkt voor de tariefstelling. Artikel 220f, lid 2, Gemeentewet bepaalt dat een onroerende zaak als woning geldt indien 70% of meer van de waarde toe te rekenen is aan woondoeleinden.
De Ambtenaar stelde dat het verzorgingshuis primair een bedrijfsobject is gericht op verzorging, niet op wonen, en dat slechts 41,6% van de waarde aan woondoeleinden toerekenbaar is. Belanghebbende voerde aan dat de woonfunctie overheerst, met zelfstandige wooneenheden en voorzieningen.
Het hof oordeelde dat ruimten die niet langer voor bewoning worden gebruikt maar als kantoor of verpleegunit dienen, niet tot woondoeleinden behoren. Omdat belanghebbende erkende dat zonder deze ruimten het criterium van 70% niet wordt gehaald, werd het beroep ongegrond verklaard en het hogere tarief bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het niet-woningtarief voor de onroerendezaakbelasting wordt bevestigd.