ECLI:NL:GHAMS:2010:BL7578
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- A.P.M. van Rijn
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt toepassing niet-woningentarief voor zorginstelling met woonfunctie onder 70%
In deze zaak stond centraal of een onroerende zaak, een verzorgingshuis met appartementen en gemeenschappelijke ruimten, in hoofdzaak tot woning dient in de zin van artikel 220f van de Gemeentewet. De heffingsambtenaar had voor de jaren 2004 en 2005 het niet-woningentarief voor de onroerende zaak toegepast, wat belanghebbende betwistte.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de woonfunctie meer dan 70% van het totale oppervlak besloeg en derhalve het woningentarief moest gelden. Het Hof herzag deze beoordeling en stelde vast dat hoewel de appartementen en bergruimten volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden, de overige gemeenschappelijke ruimten zoals eetzaal, bibliotheek en recreatieruimte niet volledig aan wonen zijn toe te rekenen omdat deze ook voor verzorging en sociale doeleinden worden gebruikt.
Het Hof concludeerde dat 68,9% van de totale oppervlakte aan de woonfunctie kan worden toegerekend, wat onder de vereiste 70% blijft. Hierdoor kwalificeert de onroerende zaak niet in hoofdzaak als woning en is het niet-woningentarief terecht toegepast. Het hoger beroep van belanghebbende werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat het niet-woningentarief terecht is toegepast omdat de woonfunctie 68,9% bedraagt en daarmee niet in hoofdzaak tot woning dient.