ECLI:NL:GHSGR:2011:BV2212
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Geen woningvrijstelling voor verpleeghuis in onroerendezaakbelasting
Belanghebbende, een stichting die een verpleeghuis exploiteert, stelde dat delen van het complex, zoals kamers en gemeenschappelijke ruimten, in hoofdzaak tot woning dienen en daarom vrijgesteld moeten worden van de gebruikersbelasting onroerende zaken (OZB). De Inspecteur stelde dat de zorgfunctie overheerst en slechts een beperkt deel als woonfunctie kan worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof ’s-Gravenhage. Het hof heeft beoordeeld of de kamers, dagverblijfsruimten, keukens, badkamers en verkeersruimten in hoofdzaak tot woning dienen of dienstbaar zijn aan woondoeleinden in de zin van artikel 220e van de Gemeentewet.
Het hof oordeelde dat voor een woonfunctie sprake moet zijn van vrijelijk verblijf met enige privacy en beschikking over eigen tijd en ruimte. In het verpleeghuis is dit niet het geval: de patiënten worden ’s ochtends naar de dagverblijfsruimte gebracht en blijven daar onder het verpleegritme, kamers zijn niet afsluitbaar en inrichting wordt grotendeels door de instelling bepaald.
Daarom zijn geen gedeelten aan te wijzen die in hoofdzaak tot woning dienen of dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag gebruikersbelasting onroerende zaken wordt bevestigd.