Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
e. de mate van waarschijnlijkheid dat, ook zonder de verweten publikatie via de pers, in het algemeen belang het nagestreefde doel langs andere, voor de wederpartij minder schadelijke wegen met een redelijke kans op spoedig succes bereikt had kunnen worden;
www.[verweerder].nlen
www.[verweerder].nlen het lanceren van onderhavige websites, met als kennelijk doel om onder een groot publiek, waaronder – zo valt uit de keuze van de naam van de website af te leiden – met name relaties en patiënten van [verweerder], lichtvaardige, ongefundeerde en ernstige beschuldigingen ten aanzien van [verweerder] bekend te maken voorshands eveneens onrechtmatig. De websites zijn enkel gewijd aan verdachtmakingen jegens [verweerder] en niet is gesteld noch aannemelijk is geworden dat [eiseres] c.s. de websites voor enig ander doel wensen te gebruiken en dat de relaties en patiënten van [verweerder] daarbij niet zullen worden blootgesteld aan lichtvaardige en ongefundeerde verdachtmakingen die afbreuk doen aan zijn integriteit, geloofwaardigheid, eer en goede naam.”
nietde schijn wekken dat zij de naam zijn van (een website van) [verweerder] of uit anderen hoofde onrechtmatig zijn. Binnen de context en gezien de gedingstukken, is voor de lezer echter duidelijk dat het hof met deze ruime formulering van het verbod slechts heeft beoogd te voorkómen dat de veroordeling door de patiënte of door de stichting SIN-NL zou worden ontgaan op een wijze zoals dit is geschied met de veroordeling in het vonnis van 23 juni 2010 (zie rov. 4.20). Bij wijze van voorlopige voorziening in een kort geding (ordemaatregel in een conflict waarin escalatie dreigt) is dit verbod m.i. niet ontoelaatbaar. Onderdeel 3 faalt.
www.[verweerder].nlen daarin opgenomen passages, zoals in het vonnis in rov. 2.12 vermeld, van het internet te verwijderen en verwijderd te houden en, anderzijds, het bevel om daartoe bij de domeinnaamhouder een verzoek in te dienen tot het verwijderen en verwijderd houden van de website en de daarin opgenomen passages, de patiënte redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat zij ervoor zorg moest dragen dat de website met de naam
www.[verweerder].nlvan het internet verdwijnt, hetgeen zij heeft nagelaten.
enkelzijn gewijd aan verdachtmakingen jegens [verweerder] en dat niet is gesteld noch aannemelijk is geworden dat de patiënte resp. de stichting SIN-NL deze websites voor enig ander doel wensen te gebruiken (rov. 4.19).