Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2012:BX8122

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/04146
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 8 EVRMArt. 10 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verbod op onrechtmatige publicatie op website ondanks botsing fundamentele rechten

In deze zaak stond de vraag centraal of een verbod op de onrechtmatige publicatie van informatie op een website gerechtvaardigd was, ondanks de mogelijke botsing tussen fundamentele rechten zoals het recht op privacy (art. 8 EVRM Pro) en de vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM Pro).

De zaak betrof een geschil tussen eiseres en verweerder waarbij de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht een verbod had uitgesproken, dat door het gerechtshof Amsterdam was bevestigd. Eiseres stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen zonder nadere motivering, omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. De Hoge Raad bevestigde daarmee het verbod op de onrechtmatige publicatie en veroordeelde eiseres in de proceskosten.

Deze uitspraak benadrukt de zorgvuldige belangenafweging die moet plaatsvinden bij conflicten tussen privacy en meningsuiting en bevestigt de mogelijkheid tot verbod op publicaties die onrechtmatig zijn.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verbod op de onrechtmatige publicatie wordt bevestigd.

Uitspraak

2 november 2012
Eerste Kamer
11/04146
RM/EP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. W.E. Pors,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 287179 / KG ZA 10-429 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Utrecht van 23 juni 2010;
b. het arrest in de zaak 200.070.842 van het gerechtshof te Amsterdam van 5 juli 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiseres] namens haar advocaat toegelicht door mr. C.B. Schutte, advocaat te Amsterdam, en voor [verweerder] door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 365,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 2 november 2012.