Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:2072

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2013
Publicatiedatum
19 december 2013
Zaaknummer
12/05393
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 10 lid 2 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt onrechtmatige publicatie en domeinnaamregistratie met belangenafweging

In deze zaak stond centraal de onrechtmatigheid van een publicatie op internet en de onrechtmatige registratie van een domeinnaam. Eiseressen, waaronder een stichting, hadden het gerechtshof Arnhem gevraagd om maatregelen tegen verweerder. Het hof oordeelde dat sprake was van onrechtmatige daad en gaf een bevel tot overdracht van de domeinnaam.

Tegen dit arrest stelde eiseres en de stichting beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de voorzieningenrechter en het arrest van het hof voor de feitelijke gang van zaken. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad overweegt dat de klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt dan ook verworpen.

De Hoge Raad bevestigt hiermee het oordeel van het hof dat een belangenafweging op grond van artikel 10 lid 2 EVRM Pro heeft plaatsgevonden en dat de onrechtmatige publicatie en domeinnaamregistratie terecht zijn beoordeeld als onrechtmatig. Tevens wordt een dwangsom geëxecuteerd.

De Hoge Raad veroordeelt eiseressen in de kosten van het cassatiegeding en spreekt het arrest uit op 20 december 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

20 december 2013
Eerste Kamer
nr. 12/05393
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
2. STICHTING SLACHTOFFERS IATROGENE NALATIGHEID-NEDERLAND,
gevestigd te Utrecht,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen.
Eiseressen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres 1] en de Stichting en verweerder als [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 300029 / KG ZA 11-33 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Utrecht van 15 juni 2011;
b. het arrest in de zaak 200.091.157 van het gerechtshof te Arnhem van 18 september 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiseres 1] en de Stichting beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres 1] en de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 373,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
20 december 2013.