Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- het opleggen aan de verdachte van een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, met een proeftijd van twee jaren;
- het opleggen aan de verdachte van een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis;
- de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 1.030,35;
- de oplegging aan de verdachte van de schadevergoedingsmaatregel tot hetzelfde bedrag, subsidiair 20 dagen hechtenis.
wildekussen op haar
wangbij het
weggaan(en dus niet
heeftgekust op haar
mondbij het
binnenkomen). Voorts heeft zij niet verklaard dat (zij zou hebben gehoord dat) de verdachte aangeefsters borsten zou hebben betast.
4.De benadeelde partij
5.De beslissing
- verklaart de benadeelde partij, [slachtoffer] , wonende te [woonplaats] , niet-ontvankelijk in haar vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.