ECLI:NL:PHR:2012:BX8093
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak wegens ontbreken beslissing beslag en vermindert straf wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van diefstal en witwassen. Tijdens een doorzoeking in de kamer van verdachte werd een aanzienlijke hoeveelheid contant geld en andere voorwerpen in beslag genomen. De verdediging stelde dat het geld toebehoorde aan de broer van verdachte, die het door arbeid had verkregen en contant had opgenomen vanwege beslag op zijn rekening.
Het hof verwierp dit verweer en achtte bewezen dat het geld uit enig misdrijf afkomstig was, mede vanwege de onwaarschijnlijke verklaring over de herkomst en de wijze van voorhanden hebben van het geld. Daarnaast klaagde de verdediging over procedurele tekortkomingen, waaronder het ontbreken van een beslissing over bepaalde inbeslaggenomen voorwerpen en overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof in strijd met artikel 353, eerste lid, Sv heeft verzuimd een beslissing te nemen over enkele inbeslaggenomen voorwerpen. Daarom wordt de zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting omtrent deze voorwerpen. Tevens wordt de straf verminderd vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest gedeeltelijk wegens ontbreken beslissing beslag en vermindert de straf wegens termijnoverschrijding.