ECLI:NL:PHR:2012:BX5506
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen mensensmokkel door het verschaffen van onderdak aan illegale vreemdeling
De verdachte werd door het Hof Den Haag veroordeeld wegens medeplegen van mensensmokkel door uit winstbejag behulpzaam te zijn bij het verblijf van een illegale vreemdeling in Nederland. De feiten betroffen het verschaffen van onderdak aan een Chinese vreemdeling die onrechtmatig in Nederland verbleef, in een woning die de verdachte samen met haar partner bewoonde.
De verdachte voerde in cassatie aan dat zij niet uit winstbejag handelde en dat zij mocht afgaan op de mededelingen van haar partner dat het om vrienden ging die tijdelijk logeerden. Ook ontbrak de vereiste nauwe en bewuste samenwerking voor medeplegen. Het Hof had onvoldoende gemotiveerd waarom het afweek van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging.
De Hoge Raad overwoog dat winstbejag een subjectieve doelstelling van stoffelijke verrijking inhoudt, die niet per se in geld hoeft te zijn uitgedrukt. Het hof had terecht vastgesteld dat de partner uit winstbejag handelde, maar had onvoldoende onderbouwd dat de verdachte dat ook deed. Medeplegen kon niet worden bewezen louter op basis van het verblijf en de kennis van de verdachte over de illegale vreemdeling zonder aanwijzingen van een gericht oogmerk op verrijking.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe beoordeling, waarbij gunstige beslissingen voor de verdachte moeten worden uitgesloten. De zaak betreft een belangrijke toetsing van de criteria voor medeplegen en winstbejag in het kader van mensensmokkel.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde beoordeling van medeplegen en winstbejag bij mensensmokkel.