ECLI:NL:HR:2008:BC6157
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen moord in Rijswijkse stoeptegelzaak bevestigd door Hoge Raad
In de Rijswijkse stoeptegelzaak werd verdachte ten laste gelegd dat hij medepleger was van moord door het gooien van een stoeptegel vanaf een viaduct op een rijdende auto, waarbij het slachtoffer overleed. Het Hof sprak verdachte vrij omdat het wettig en overtuigend bewijs ontbrak dat hij uitvoeringshandelingen verrichtte of instemde met het gooien van de stoeptegel.
Het Openbaar Ministerie stelde in cassatie dat het Hof onjuist het begrip medeplegen had uitgelegd en onvoldoende had gemotiveerd waarom het afweek van het onderbouwde standpunt van de Advocaat-Generaal. Het Hof had geoordeeld dat verdachte geen nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachten had, ook niet stilzwijgend, en dat het feit dat verdachte zich niet distantieerde onvoldoende was voor medeplegen.
De Hoge Raad overwoog dat de feitenrechter vrij is in de selectie en waardering van het bewijsmateriaal, ook bij vrijspraak, en dat het Hof niet verplicht was om elk detail van het onderbouwde standpunt te motiveren. Het middel faalde omdat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en de motivering voldeed aan art. 359, tweede lid, Sv.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de vrijspraak van verdachte. Dit arrest benadrukt de ruime beoordelingsvrijheid van de feitenrechter bij bewijswaardering en de terughoudendheid van de Hoge Raad in cassatie bij vrijspraak.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak van verdachte wegens onvoldoende bewijs van medeplegen moord.