ECLI:NL:PHR:2012:BW9189
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling voor opzettelijke belediging van moslims en allochtonen via website
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens het maken van een gewoonte van het zich in het openbaar, bij geschrift, opzettelijk beledigend uitlaten over moslims en allochtonen vanwege hun ras en/of godsdienst. Het hof stelde vast dat de beledigende uitlatingen, waaronder vergelijkingen met berberapen, kakkerlakken en ratten, zowel op zichzelf als in de context van de artikelen op de website, onmiskenbaar beledigend waren.
De verdachte voerde verweren aan dat de uitlatingen niet beledigend waren, maar kritiek bevatten op radicale moslims en terroristen, dat het citaten van derden betrof, en dat de uitlatingen satirisch waren en bijdroegen aan het maatschappelijk debat. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de uitlatingen onnodig grievend waren en niet binnen de uitzonderingen van artistieke of humoristische expressie vielen.
De Hoge Raad overwoog dat de conclusie van het hof dat sprake was van beledigende uitlatingen in de zin van art. 137c Sr niet onbegrijpelijk was en dat het hof terecht de getuigenverklaring als bewijs had betrokken, ondanks dat deze een conclusie bevatte, omdat het hof op basis van andere bewijsmiddelen de conclusie had kunnen trekken. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens opzettelijke belediging bevestigd.