ECLI:NL:PHR:2012:BW8747
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijs van weten ongeldig rijbewijs ondanks ontbreken retourzending brieven
In deze zaak stond centraal of verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard sinds 6 september 2000. Het Hof had bewezen verklaard dat verdachte op 11 april 2005 een voertuig bestuurde terwijl hij dit wist of redelijkerwijs moest weten.
De Hoge Raad overwoog dat het enkele feit dat de aangetekende en niet aangetekende brieven van het CBR niet retour waren gekomen niet zonder meer voldoende bewijs vormt, maar wel een relevant gegeven is dat in combinatie met andere feiten kan leiden tot een bewezenverklaring. Daarbij speelde mee dat verdachte zijn rijbewijs op 27 oktober 2000 aan het CBR had overgedragen, wat kan duiden op wetenschap van de ongeldigverklaring.
Verdachte voerde geen verweer en liet verstek gaan, waardoor het Hof uit de bewijsmiddelen mocht afleiden dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de bewezenverklaring en de veroordeling van verdachte wegens het besturen van een voertuig zonder geldig rijbewijs.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en verwierp het cassatieberoep.