ECLI:NL:HR:2012:BW8747
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kennis van ongeldig verklaard rijbewijs bij rijden zonder geldig rijbewijs
De zaak betreft een verdachte die op 11 april 2005 werd betrapt op het besturen van een auto terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Het rijbewijs was op 6 september 2000 ongeldig verklaard en het besluit hierover was zowel aangetekend als niet aangetekend aan de verdachte verzonden, zonder dat deze brieven retour kwamen. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) ontving het ongeldig verklaarde rijbewijs op 27 oktober 2000 en de verdachte had tot 16 juli 2007 geen nieuw rijbewijs aangevraagd.
Het hof concludeerde op basis van deze feiten dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was. Dit oordeel werd aangevochten in cassatie, waarbij werd betoogd dat het niet retour komen van de brieven niet bewijst dat de verdachte deze daadwerkelijk heeft ontvangen. De Hoge Raad verwierp dit verweer en oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had vastgesteld dat de verdachte kennis had van de ongeldigverklaring.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de bewezenverklaring en verwierp het cassatieberoep. De uitspraak benadrukt dat het niet retour komen van aangetekende en niet aangetekende brieven, gecombineerd met het ontbreken van een nieuw rijbewijsaanvraag, voldoende aanwijzingen biedt om kennis van de ongeldigverklaring aan te nemen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en verwerpt het cassatieberoep.