ECLI:NL:PHR:2012:BV9339
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen oplichting via fictieve bedrijven en valse identiteit
De verdachte werd beschuldigd van medeplegen van oplichting door het gebruik van valse namen, valse hoedanigheden en listige kunstgrepen in samenhang met fictieve uitzendbedrijven. In zaak A ging het om het oplichten van meerdere uitzendbureaus door het inschrijven van fictieve eenmanszaken bij de Kamer van Koophandel en het frauduleus laten uitbetalen van salarissen voor niet verrichte werkzaamheden. Daarnaast werd verdachte verweten het Chinese restaurant [J] te hebben opgelicht door op naam van het nepbedrijf [H] te dineren zonder te betalen.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had op oplichting bij het restaurantbezoek en dat het enkele aanwezig zijn en het laten kopiëren van het paspoort geen bewijs was voor medeplegen. Het hof oordeelde echter dat verdachte zich bewust was van het fictieve karakter van het bedrijf [H] en dat het kopiëren van het paspoort onderdeel was van een façade om vertrouwen te wekken.
In zaak B werd verdachte eveneens veroordeeld voor medeplegen van oplichting door het huren van apparatuur met valse identiteit en het presenteren als bedrijfsleider van het nepbedrijf [H]. Hoewel de verdediging stelde dat de bewijsvoering onvoldoende was, vond het hof de combinatie van verklaringen, paspoortkopie en eerdere bewezenverklaringen voldoende om tot een overtuigende bewezenverklaring te komen.
De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen van verdachte en bevestigde de straf van acht maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van oplichting. De motivering van het hof werd als toereikend en begrijpelijk beoordeeld.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van oplichting.