ECLI:NL:PHR:2012:BV0890
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en reikwijdte van de schuldsaneringsregeling bij verkrijging nalatenschap na afloop termijn
In deze cassatieprocedure staat centraal of aanspraken uit een nalatenschap die ontstaan na afloop van de reguliere driejaarstermijn van de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar vóór het verbindend worden van de slotuitdelingslijst, tot de boedel behoren. De schuldsaneringsregeling heeft tot doel enerzijds het vermogen van de schuldenaar te inventariseren en te gelde te maken ten behoeve van schuldeisers, en anderzijds de schuldenaar een schone lei te verlenen na het voldoen aan verplichtingen.
De rechtbank 's-Hertogenbosch had geoordeeld dat de aanspraak van de schuldenaar op de nalatenschap van haar moeder in de boedel viel, omdat de schuldsaneringsregeling formeel pas eindigt bij het verbindend worden van de slotuitdelingslijst. De raadsman van de schuldenaar stelde dat de verplichtingen en daarmee de boedel gefixeerd worden na afloop van de termijn van drie jaar zoals bedoeld in artikel 349a Faillissementswet (Fw).
De conclusie van de Advocaat-Generaal bepleit een redelijke uitleg waarbij de verplichtingen van de schuldenaar eindigen met het verstrijken van de driejaarstermijn en de boedel op dat moment wordt gefixeerd. Goederen verkregen na deze termijn vallen niet onder de boedel en het beslag op het vermogen vervalt. De formele beëindiging van de regeling na het verbindend worden van de slotuitdelingslijst betreft slechts de administratieve afwikkeling. De praktijk waarbij slotuitdelingslijsten lang worden uitgesteld leidt tot onredelijke situaties en ondermijnt de rechtszekerheid. De aanspraak uit de nalatenschap die na afloop van de termijn is ontstaan, is geen nagekomen bate en behoort niet tot de boedel.
Uitkomst: De verplichtingen van de schuldenaar eindigen na drie jaar en verkrijgingen na die termijn behoren niet tot de boedel.