ECLI:NL:PHR:2012:BT6362
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen zware mishandeling door inspuiten van hiv-besmet bloed
In deze zaak werd verdachte samen met medeverdachte veroordeeld voor medeplegen van zware mishandeling door het inspuiten van hiv-besmet bloed bij meerdere slachtoffers tijdens sekspartijen in 2005 en 2006. Verdachte, een verpleegkundige, haalde het besmette bloed van medeverdachte en spoot dit in de anus of bil van de slachtoffers, die later hiv-positief bleken.
De verdediging voerde aan dat het causaal verband tussen het inspuiten van besmet bloed en de hiv-besmetting onvoldoende was bewezen, mede vanwege mogelijke alternatieve besmettingsroutes via onbeschermde seksuele contacten op de feesten. Het hof verwierp dit en oordeelde dat het handelen van verdachte en medeverdachte naar aard geschikt was om de besmetting te veroorzaken en dat de kans op besmetting via inspuiten veel groter was dan via seks.
Deskundigen bevestigden de hoge kans op besmetting door het inspuiten van een kleine hoeveelheid besmet bloed. Fylogenetisch onderzoek toonde een transmissieketen aan tussen verdachte, medeverdachte en slachtoffers, hoewel de transmissierichting niet met absolute zekerheid kon worden vastgesteld.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor het seksueel binnendringen van een slachtoffer in verminderd bewustzijn, waarbij het hof oordeelde dat verdachte zich bewust moest zijn van de toestand van het slachtoffer.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde dat het hof de maatstaf van redelijke toerekening juist heeft toegepast, ook al kon niet met absolute zekerheid worden vastgesteld dat het handelen van verdachte de hiv-besmetting heeft veroorzaakt. Wel werd strafvermindering voorgesteld wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf voor medeplegen van zware mishandeling door inspuiten van hiv-besmet bloed en seksueel binnendringen van een slachtoffer in verminderd bewustzijn.