ECLI:NL:PHR:2012:BR2897
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt deel van arrest wegens onjuiste uitleg 'verbranden' lijk en bevestigt verwerping psychische overmacht
De zaak betreft een verdachte die samen met een mededader werd veroordeeld voor medeplegen van moord, medeplegen van opzettelijk brandstichten met gemeen gevaar en medeplegen van het verbranden van een lijk met het oogmerk de doodsoorzaak te verhullen. Het hof verwierp het beroep op psychische overmacht en legde een gevangenisstraf van vijftien jaar op.
De Hoge Raad toetste het oordeel van het hof over het verwerpen van psychische overmacht en oordeelde dat het hof dit op juiste en begrijpelijke gronden heeft gedaan. Het hof had onder meer meegewogen dat de verdachte een duidelijk alternatief had om naar de woning van de medeverdachte te gaan en dat zij na de levensberoving rationeel en geraffineerd handelde door een alibi te creëren.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat het hof een onjuiste betekenis heeft gegeven aan het begrip 'verbranden' in artikel 151 Sr Pro. De Hoge Raad concludeerde dat het handelen van de verdachte niet strafbaar is onder deze bepaling en vernietigde het arrest voor zover het betrekking heeft op het verbranden van het lijk. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing over dit onderdeel.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het deel over het verbranden van het lijk en terugverwezen voor hernieuwde berechting; het beroep op psychische overmacht is terecht verworpen.