ECLI:NL:HR:2007:AZ7084
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep psychische overmacht bij moord op ex-vriendin
Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens het opzettelijk wurgen van zijn ex-vriendin, waarbij hij primair stelde dat hij niet opzettelijk handelde vanwege een dissociatieve stoornis en subsidiair dat sprake was van psychische overmacht. De verdediging voerde aan dat verdachte in een acute dissociatieve toestand verkeerde, waardoor hij niet in staat was zijn wil te bepalen en geen opzet had.
Het hof stelde echter vast, mede op basis van een rapport van het Pieter Baan Centrum en het onderzoek ter terechtzitting, dat de door de verdediging gestelde dissociatieve stoornis niet aannemelijk was geworden. Het hof verwierp daarom zowel het primaire verweer van ontbreken van opzet als het subsidiaire verweer van psychische overmacht.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een juiste maatstaf had gehanteerd en dat het ontbreken van bewijs voor psychische dwang waartegen weerstand niet kon worden geboden, terecht tot verwerping van het beroep op psychische overmacht leidde. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
De zaak betreft een ernstige strafzaak waarin verdachte werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en ter beschikkingstelling met bevel tot verpleging. De Hoge Raad bevestigde de rechtmatigheid van deze uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte tot vijf jaar gevangenisstraf en ter beschikkingstelling.