ECLI:NL:PHR:2011:BT2175
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onduidelijkheid over noodweer en getuigenverzoek
In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens het plegen van openlijk in vereniging geweld tegen het slachtoffer. Verdachte voerde in hoger beroep een beroep op noodweer aan, stellende dat hij handelde ter verdediging van een medeverdachte die in een hachelijke situatie verkeerde. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat de medeverdachte zelf de confrontatie had gezocht en dat geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding die noodweer rechtvaardigde.
Daarnaast verzocht de verdediging om het horen van het slachtoffer en de broer van verdachte als getuigen, met het oog op het noodweer-verweer. Het hof wees dit verzoek af, met de motivering dat het verhoor geen invloed zou hebben op de te nemen beslissingen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende en onduidelijk heeft gemotiveerd waarom het beroep op noodweer is verworpen, met name of het hof de feiten die de verdediging aanvoerde niet aannemelijk achtte of dat deze feiten geen noodweer rechtvaardigden. Ook was het oordeel van het hof over het getuigenverzoek onvoldoende gemotiveerd en mogelijk voorbarig. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de verwerping van het noodweer-verweer en het getuigenverzoek.