ECLI:NL:PHR:2011:BS8799
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering onteigende gronden zonder toepassing dwangbestemming en complexbegrip
In deze zaak staat de vaststelling van de schadeloosstelling voor onteigende landbouwgronden in de Eendragtspolder centraal. De gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle stelde bestemmingsplannen vast die voorzagen in grootschalige waterberging en recreatie, waarmee de gronden hun agrarische bestemming verloren. Het Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) voerde de onteigening uit.
De rechtbank stelde de schadeloosstelling vast op basis van de agrarische waarde, zonder toepassing van artikel 40c en 40d van de Onteigeningswet, omdat geen sprake zou zijn van een dwangbestemming of een complex. De eiser stelde dat de rechtbank ten onrechte deze bepalingen niet toepaste, waardoor hij een onvolledige schadeloosstelling ontving.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat geen sprake is van een dwangbestemming, omdat de gemeente invloed had op de planvorming en financiële bijdragen leverde. Ook is de ontwikkeling van de Eendragtspolder zelfstandig en niet onderdeel van een complex. De klachten over onvoldoende motivering en onjuiste rechtsopvatting falen, mede omdat de rechtbank haar oordeel baseerde op feitelijke vaststellingen die niet in cassatie kunnen worden herzien.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de schadeloosstelling conform de agrarische waarde en zonder correcties voor dwangbestemming of complexbeoordeling definitief is vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de schadeloosstelling wordt vastgesteld zonder toepassing van dwangbestemming of complexbegrip.