ECLI:NL:HR:2011:BS1685
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- C.E. Drion
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardebepaling onteigende gronden Eendragtspolder zonder Zuidplaspolderbestemmingen
In deze zaak draait het om de waardebepaling van zeventien percelen akkerbouwland in de Eendragtspolder, onteigend ter uitvoering van bestemmingsplannen voor waterberging en recreatie. De eiseressen stelden dat bij de waardebepaling ook rekening had moeten worden gehouden met bestemmingen in de Zuidplaspolder, wat volgens hen tot een hogere schadeloosstelling zou leiden.
De rechtbank had echter geoordeeld dat de Eendragtspolder een zelfstandige ruimtelijke ontwikkeling betreft, los van de Zuidplaspolder, en dat de bestemmingen in laatstgenoemde niet relevant zijn voor de waardebepaling. Ook wees de rechtbank de door eiseressen gevorderde vergoeding wegens waardevermindering van overblijvende gronden af en oordeelde dat het aanwezige zand geen waardevermeerdering oplevert omdat vergunningen voor winning niet te verwachten zijn.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en verklaart dat het oordeel van de rechtbank niet onjuist of onbegrijpelijk is. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de onteigende gronden geen duurzame belegging vormden zoals bedoeld in eerdere jurisprudentie, zodat geen vergoeding voor wederbelegging wordt toegekend. Overige klachten worden verworpen op grond van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vastgestelde schadeloosstelling zonder rekening te houden met bestemmingen in de Zuidplaspolder.