ECLI:NL:HR:2002:AD9688
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadeloosstelling bij onteigening en planologische bestemming wijziging
In deze zaak stond de vaststelling van de schadeloosstelling centraal na onteigening van een agrarisch perceel voor de aanleg van de provinciale weg N22. De provincie Noord-Holland had het perceel onteigend en de rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op basis van de agrarische waarde van de grond, zonder rekening te houden met mogelijke toekomstige woningbouw.
De eiser voerde aan dat bij de waardebepaling ook rekening gehouden moest worden met een speculatieve toekomstige bestemming tot woningbouw, die de waarde zou verhogen. De rechtbank oordeelde echter dat deze verwachting puur speculatief was, omdat de plannen van de provincie en het Rijk een groenstrook voorzagen en dat er geen reële verwachting bestond dat woningbouw zou plaatsvinden.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat bij de waardebepaling van het onteigende perceel moet worden uitgegaan van de prijs bij een onderstelde koop tussen redelijke partijen, waarbij speculatieve verwachtingen alleen in aanmerking komen als deze voldoende reëel zijn. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de weg N22 een regionale functie heeft en niet als onderdeel van een complex woonwijken kan worden beschouwd voor waardebepaling.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de eiser in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadeloosstelling blijft gebaseerd op de agrarische waarde zonder rekening te houden met speculatieve woningbouwverwachting.