ECLI:NL:PHR:2011:BS1685
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardebepaling onteigende gronden Eendragtspolder zonder toepassing dwangbestemming
In deze cassatieprocedure staat de schadeloosstelling centraal die het Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) aan eiseres c.s. heeft toegekend voor onteigende gronden in de Eendragtspolder te Zevenhuizen. De onteigening vond plaats ten behoeve van grootschalige waterberging en recreatie, zoals vastgelegd in het bestemmingsplan Eendragtspolder 2005 en de herziening daarvan.
Eiseres c.s. betoogde onder meer dat de rechtbank ten onrechte artikel 40d van de Onteigeningswet niet had toegepast, waardoor de waardebepaling van de gronden onvolledig zou zijn. Ook stelde zij dat sprake was van een dwangbestemming die volgens artikel 40c, lid 3, van de Onteigeningswet buiten beschouwing gelaten had moeten worden. Daarnaast werd betwist dat de gronden geen duurzame belegging vormden, dat er geen vergoeding voor waardevermindering van het overblijvende terrein zou moeten worden toegekend, en dat er geen vergoeding voor winbare bodembestanddelen zou zijn toegekend.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat geen sprake is van een complex als bedoeld in artikel 40d, omdat de waterberging en recreatie in de Eendragtspolder een zelfstandige ruimtelijke ontwikkeling vormen zonder financiële relatie met de Zuidplaspolder. Ook is vastgesteld dat geen dwangbestemming aanwezig is, omdat de gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle invloed heeft gehad op de situering en begrenzing van de waterberging en een financiële bijdrage heeft geleverd. De rechtbank heeft voorts terecht geoordeeld dat de gronden geen duurzame belegging vormden en dat er geen waardevermindering van het overblijvende terrein is. Ten slotte is onvoldoende aannemelijk dat er sprake is van op geld waardeerbare voordelen vanwege zandwinning.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de schadeloosstelling zoals vastgesteld door de rechtbank.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadeloosstelling wordt bevestigd zoals vastgesteld door de rechtbank.