ECLI:NL:PHR:2011:BR2327
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking tot verlof ter beschikkingstelling stukken op grond van rechtshulpverzoek China wegens onjuiste toepassing art. 23 lid 5 Sv
In deze zaak is op grond van een Chinees rechtshulpverzoek een doorzoeking verricht in de woning van verdachte waarbij stukken van overtuiging in beslag zijn genomen. De officier van justitie verzocht de rechtbank om verlof te verlenen tot ter beschikking stellen van een deel van deze stukken aan de Chinese autoriteiten. De rechtbank verleende dit verlof zonder de verdachte te horen, met toepassing van art. 23 lid 5 Sv Pro, omdat het belang van het onderzoek ernstig geschaad zou worden indien de verdachte werd opgeroepen.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank onjuist heeft geoordeeld door te stellen dat het belang van het onderzoek 'ernstig geschaad kan worden' in plaats van dat het daadwerkelijk ernstig wordt geschaad, waarmee de maatstaf van art. 23 lid 5 Sv Pro niet juist is toegepast. Daarnaast ontbrak een duidelijke motivering over welk onderzoeksbelang precies zou worden geschaad, terwijl de verdachte reeds op de hoogte was van de doorzoeking en de inbeslaggenomen goederen.
Verder heeft de rechtbank nagelaten te onderzoeken of zich belemmeringen voordeden tegen het verlenen van het verlof op grond van het toepasselijke verdrag en de wet, terwijl de verdediging niet was opgeroepen voor de raadkamer. Ook is onvoldoende aandacht besteed aan de relevante bepalingen van het EVRM. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en verwijst de zaak naar een ander hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak voor hernieuwde beoordeling naar een ander hof.