ECLI:NL:HR:2004:AR2448
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtshulpverzoek en strafbaarheid bij toepassing dwangmiddelen in Nederland
De zaak betreft een cassatieberoep tegen de afwijzing van een vordering tot verlening van verlof op grond van artikel 552p, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, voor het verstrekken van stukken aan Italiaanse autoriteiten ter inbeslagneming.
De rechtbank had de vordering afgewezen omdat de feiten waarop het verzoek betrekking had, waren gepleegd vóór de inwerkingtreding van artikel 420bis Wetboek van Strafrecht, waardoor deze feiten volgens de rechtbank niet strafbaar waren op het moment van het begaan ervan.
De Hoge Raad oordeelt dat voor de beoordeling van strafbaarheid in het kader van rechtshulpverzoeken waarbij dwangmiddelen worden toegepast, beslissend is of het feit strafbaar is op het moment waarop de Nederlandse autoriteiten de strafvorderlijke bevoegdheden toepassen, niet op het moment van het feit. Dit volgt uit artikel 18, eerste lid, onder f, van het Europees Verdrag inzake het witwassen en vergelijkbare bepalingen in andere verdragen.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling.