ECLI:NL:HR:2011:BR2327

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03046 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552p SvArt. 23 SvArt. 22 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt beschikking rechtbank over verlening verlof op grond van art. 552p Sv wegens onjuiste maatstaf

In deze zaak stond de vraag centraal of de rechtbank terecht de belanghebbende niet heeft gehoord bij de verlening van verlof op grond van artikel 552p, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Dit verlof betrof de overdracht van in beslag genomen goederen aan de Chinese autoriteiten naar aanleiding van een Chinees rechtshulpverzoek.

De rechtbank had geoordeeld dat het oproepen van de betrokkene voor het onderzoek in raadkamer op goede gronden achterwege kon blijven omdat het belang van het onderzoek ernstig geschaad kan worden. De Hoge Raad stelde echter vast dat de rechtbank een onjuiste maatstaf hanteerde door te spreken over een mogelijke schending van het onderzoek in plaats van een daadwerkelijke ernstige schending.

De Hoge Raad oordeelde dat de maatstaf om af te wijken van de hoorplicht in art. 23 Sv Pro is of het onderzoek ernstig wordt geschaad, niet of dit kan gebeuren. Daarom vernietigde de Hoge Raad de bestreden beschikking en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor herbehandeling van de vordering.

De zaak betrof een complex internationaal strafrechtelijk onderzoek waarbij vertrouwelijkheid en het voorkomen van het vernietigen of overdragen van bewijs centraal stonden. De Hoge Raad benadrukte het belang van correcte toepassing van procesrechtelijke waarborgen, zoals het horen van de belanghebbende, tenzij het onderzoek daadwerkelijk ernstig wordt geschaad.

De uitspraak is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren in raadkamer en uitgesproken op 4 oktober 2011.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

4 oktober 2011
Strafkamer
nr. 10/03046 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Rotterdam van 24 juli 2009, nummer RK 09/1022, betreffende het verlenen van verlof als bedoeld in art. 552p, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak van:
[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben mr. S. Hopman, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en mr. V.L. Koppe, advocaat te Amsterdam, bij aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar een gerechtshof teneinde op de bestaande vordering opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel klaagt onder meer dat de Rechtbank ten onrechte de belanghebbende niet heeft gehoord op de vordering tot verlof als bedoeld in art. 552p Sv.
2.2.1. Het gaat in deze zaak om de verlening van verlof als bedoeld in art. 552p, tweede lid, Sv naar aanleiding van een rechtshulpverzoek van 10 april 2008, gedaan door de "Supreme People's Procuratorate of the People's Republic of China" gericht aan het Ministerie van Justitie in Nederland, op grond waarvan door de Rechter-Commissaris een doorzoeking is verricht waarbij stukken van overtuiging in beslag zijn genomen.
2.2.2. Voormeld rechtshulpverzoek houdt onder meer het volgende in:
"Please keep everything confidential since the case is under investigation."
2.2.3. Een brief van 10 juli 2009 van de "Supreme People's Procuratorate of the People's Republic of China" aan de Nederlandse Minister van Justitie houdt onder meer in:
"The Dutch police have informed the Chinese side they have finished the investigation process about [betrokkene] case and the investigation report will be submitted to Dutch judges for the review. According to Article VI in the Letter of Request for Judicial Assistance for the Criminal Case of [betrokkene]'s Suspected Involvement in Embezzlement, Bribery and Money Laundering dated April, 2008 sent from Chinese side, we are now requesting the Dutch side to keep the whole investigation process and investigation result confidential, especially the investigation result of the search of [betrokkene]'s residence, for the purpose of effective investigation of [betrokkene]'s criminal activities by us and other related state law enforcement authorities and for the purpose of preventing [betrokkene]'s transferring or destroying the relative evidence."
2.2.4. Het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer van 24 juli 2009 betreffende het verlenen van het hiervoor onder 2.2.1 bedoelde verlof houdt, voor zover hier van belang, in:
"De voorzitter stelt vast dat de doorzoeking op 9 juni 2009 heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van [betrokkene]. Tevens is aan [betrokkene] een lijst van in beslag genomen goederen verstrekt. De onderhavige vordering strekt ertoe dat de rechtbank verlof verleent een deel van de goederen over te dragen aan de Chinese autoriteiten. Vervolgens stelt de voorzitter de vraag aan de officier van justitie hoe het onderzoeksbelang geduid moet worden, nu immers [betrokkene] van de resultaten van de doorzoeking op de hoogte is.
De officier van justitie antwoordt hierop dat de onderhavige vordering slechts ziet op een deel van de in beslag genomen goederen. Ten aanzien van de overige goederen wordt bezien of die voor overdracht in aanmerking komen, gelet op een strafrechtelijk financieel onderzoek. Die goederen kunnen in een onderzoek gebruikt worden teneinde tot beslag in het kader van een ontneming van wederrechtelijk genoten voordeel in andere landen over te gaan. Het is van belang dat [betrokkene] niet van deze punten op de hoogte komt. Hierin is het onderzoeksbelang gelegen.
Nadat de officier van justitie heeft verklaard te persisteren bij de vordering wordt het onderzoek gesloten en medegedeeld dat dezelfde dag door de rechtbank een beslissing zal worden genomen. Die beslissing kan zijn dat hetzij de behandeling van de zaak wordt aangehouden teneinde [betrokkene] op te roepen voor een volgende behandeling van de vordering in de raadkamer, dan wel dat inhoudelijk op de vordering zal worden beslist."
2.2.5. De bestreden beschikking van 24 juli 2009 houdt onder meer het volgende in:
"De behandeling van de vordering heeft plaatsgevonden in besloten meervoudige raadkamer op 24 juli 2009, alwaar aanwezig de officier van justitie.
(...).
De rechtbank stelt vast dat het oproepen van betrokkenen en van andere eventuele belanghebbenden op goede gronden achterwege is gebleven, nu het belang van het onderzoek ernstig geschaad kan worden, indien verkregen onderzoeksgegevens voortijdig bekend zouden worden."
2.3. Art. 23 Sv Pro luidt:
"1. De raadkamer is bevoegd de noodige bevelen te geven, opdat het onderzoek hetwelk aan hare beslissing moet voorafgaan, overeenkomstig de bepalingen van dit wetboek zal plaats vinden.
2. Door de raadkamer worden het openbaar ministerie, de verdachte en andere procesdeelnemers gehoord, althans hiertoe opgeroepen, tenzij anders is voorgeschreven. Artikel 22, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. De verdachte en andere procesdeelnemers kunnen zich bij de behandeling door de raadkamer door een raadsman of advocaat doen bijstaan.
4. Het openbaar ministerie legt aan de raadkamer de op de zaak betrekking hebbende stukken over. De verdachte en andere procesdeelnemers zijn, evenals hun raadsman of advocaat, bevoegd van de inhoud van deze stukken kennis te nemen.
5. Het tweede tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing, voor zover het belang van het onderzoek hierdoor ernstig wordt geschaad."
2.4. De maatstaf om geen toepassing te geven aan art. 23, tweede, derde en vierde lid, Sv, is of het onderzoek "ernstig wordt geschaad". Blijkens de bestreden beschikking heeft de Rechtbank evenwel als maatstaf gehanteerd dat het onderzoek "ernstig geschaad kan worden". Aldus getuigt het oordeel van de Rechtbank dat het oproepen van de betrokkene voor het onderzoek in raadkamer "op goede gronden achterwege is gebleven, nu het belang van het onderzoek ernstig geschaad kan worden" van een onjuiste rechtsopvatting.
2.5. De klacht is gegrond.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, de middelen voor het overige geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op de bestaande vordering opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 oktober 2011.