ECLI:NL:PHR:2011:BQ6758
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ruime bevoegdheid rechter bij tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf ondanks onbetrouwbaarheid getuigenverklaring
In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch verdachte veroordeeld voor medeplegen van het aanwezig hebben van cocaïne en gelastte het de tenuitvoerlegging van drie eerder voorwaardelijk opgelegde straffen. De verdediging voerde aan dat de verklaring van een getuige, die later was teruggekomen op zijn belastende verklaring, niet betrouwbaar was en niet voor bewijs mocht worden gebruikt. De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze verklaring terecht heeft gewogen en dat de verklaring wel bruikbaar was voor het bewijs van het tweede feit, namelijk de kennis van verdachte van de aanwezigheid van cocaïne.
Daarnaast werd betwist of de tas die verdachte bij zich droeg dezelfde was als de tas waarin de cocaïne werd aangetroffen. Het hof achtte de verklaring van verdachte hierover ongeloofwaardig, mede vanwege het langdurige zwijgen en de observaties van de politie. Het hof mocht aan het zwijgen betekenis toekennen, zonder dat dit in strijd was met artikel 6 EVRM Pro.
Ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straffen stelde de verdediging dat deze slechts kon worden toegewezen indien het nieuwe feit soortgelijk was aan het eerdere. De Hoge Raad verwierp dit standpunt en bevestigde dat de rechter ruime vrijheid heeft om de tenuitvoerlegging te gelasten, ook als het nieuwe feit niet soortgelijk is. De vorderingen tot tenuitvoerlegging werden daarom toegewezen.
De Hoge Raad verwierp alle middelen van cassatie en bevestigde het oordeel van het hof. Er was geen grond voor vernietiging van het vonnis.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straffen ondanks de teruggenomen getuigenverklaring en het langdurige zwijgen van verdachte.