ECLI:NL:PHR:2011:BQ3745
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest schuldheling wegens onvoldoende bewijs grove schuld
Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor schuldheling wegens het aannemen van gestolen sigaretten ter betaling van een schuld. Verdachte verklaarde de sigaretten te hebben ontvangen van een medeverdachte om een geldschuld te vereffenen. Het hof oordeelde dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de sigaretten gestolen waren, gezien de grote hoeveelheid en het ongebruikelijke betaalmiddel.
Verdachte verzocht het hof om een getuige te horen, maar dit verzoek werd niet expliciet door het hof behandeld. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het verzoek niet duidelijk was en dat de advocaat van verdachte geen formeel verzoek heeft ingediend.
De Hoge Raad stelt echter vast dat het bewijs voor grove schuld onvoldoende is omdat het hof geen rekening heeft gehouden met omstandigheden zoals de reputatie van de medeverdachte. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op basis van het bestaande dossier.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad ondersteunt deze vernietiging en benadrukt dat de normale wijze van schuldaflossing betaling is, maar dat andere afspraken mogelijk zijn. Zonder nadere vaststellingen over de medeverdachte is het bewijs voor grove schuld niet toereikend.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.