ECLI:NL:PHR:2011:BQ0768
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs zwaar lichamelijk letsel en onduidelijke getuigenverklaringen
De verdachte is door het Hof te 's-Gravenhage veroordeeld tot 22 maanden gevangenisstraf wegens zware mishandeling. In hoger beroep werd aangevoerd dat niet voldoende bewijs bestond dat de verdachte het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel had toegebracht. Het Hof stelde vast dat de kogel het slachtoffer in de knie had geraakt, maar gaf onvoldoende motivering over de aard en ernst van het letsel.
Daarnaast was er discussie over de betrouwbaarheid van de verklaringen van een getuige, [betrokkene 2], die op essentiële punten van elkaar verschilden. Het Hof achtte de verklaringen ondanks deze verschillen toch betrouwbaar en gebruikte ze als bewijs. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd op welke punten de verklaringen overeenstemden en steun vonden in andere verklaringen, waardoor het oordeel niet begrijpelijk was.
Het beroep op noodweer(exces) werd door het Hof verworpen omdat de feiten waarop dit was gebaseerd niet aannemelijk werden geacht. De Hoge Raad vond dit oordeel niet onbegrijpelijk en verwierp dit middel.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe beoordeling van het bewijs en de feiten. Hiermee wordt beoogd een betere bewijs- en strafmotivering te realiseren in lijn met het doel van de PROMIS-vorm.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.