ECLI:NL:PHR:2010:BO0195
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot beëindiging partneralimentatie wegens grievend gedrag niet gehonoreerd
De zaak betreft een verzoek van de man om de partneralimentatie aan de vrouw te beëindigen op grond van haar grievende gedragingen jegens hem. Na echtscheiding in 2006 werd door de rechtbank een alimentatiebedrag vastgesteld. De man stelde dat de vrouw geen behoefte meer had aan alimentatie en dat haar gedrag jegens hem dermate grievend was dat hij niet langer hoefde bij te dragen.
De rechtbank wees het verzoek af en het hof bekrachtigde deze beslissing. Het hof oordeelde dat de vrouw voldoende inspanningen had verricht om in haar levensonderhoud te voorzien en dat de gedragingen van de vrouw niet zodanig ernstig waren dat de lotsverbondenheid werd doorbroken. De man stelde dat de vrouw een lastercampagne voerde die reputatieschade veroorzaakte, maar het hof vond dit onvoldoende voor beëindiging van de alimentatieplicht.
In cassatie stelde de man dat het hof het verkeerde criterium had gehanteerd en onvoldoende had gemotiveerd, met name ten aanzien van gedragingen na het beroepschrift. De Hoge Raad oordeelde dat het hof het juiste toetsingskader had toegepast en dat het feitelijke oordeel begrijpelijk was. De motivering was kort maar voldoende, mede omdat het ging om het handhaven van de alimentatie op basis van behoefte en draagkracht. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de alimentatieplicht blijft gehandhaafd.