ECLI:NL:HR:2000:AA4720

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 februari 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R99/033HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Neleman
  • De Savornin Lohman
  • Kop
  • Heemskerk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging onderhoudsbijdrage na verzoek tot wijziging beschikking

De zaak betreft een verzoek van de man om de onderhoudsbijdrage aan de vrouw te beëindigen met ingang van 1 januari 1998 of een andere door de rechtbank te bepalen datum. De rechtbank Maastricht heeft bij beschikking van 14 april 1998 bepaald dat de onderhoudsverplichting met ingang van 1 mei 1998 eindigt, en het overige verzoek afgewezen. De vrouw stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de beschikking van de rechtbank op 18 december 1998 bekrachtigde.

De vrouw stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De man verzocht het beroep te verwerpen en de Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof. De onderhoudsbijdrage is derhalve met ingang van 1 mei 1998 beëindigd zoals eerder bepaald.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van de onderhoudsbijdrage per 1 mei 1998.

Uitspraak

4 februari 2000
Eerste Kamer
Rek.nr. R99/033HR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr R.W.L. Russell,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr E.J.P. Nolet.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 17 december 1997 ter griffie van de Rechtbank te Maastricht ingekomen verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht de beschikking van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 november 1995 in die zin te wijzigen dat de daarbij aan hem opgelegde onderhoudsbijdrage voor verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - met ingang van 1 januari 1998, althans met ingang van zodanige datum als door de Rechtbank te bepalen, komt te vervallen.
De vrouw heeft het verzoek bestreden.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 14 april 1998 bepaald dat de verplichting tot betaling van een bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw met ingang van 1 mei 1998 is beëindigd, en het meer of anders verzochte afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij beschikking van 18 december 1998 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren Neleman, als voorzitter, De Savornin Lohman en Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Heemskerk op
4 februari 2000.