ECLI:NL:PHR:2010:BO0183
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over stuiting van verjaring bij koopprijsvordering en toerekening stuitingshandelingen
In deze civiele zaak gaat het om een vordering tot betaling van de koopprijs van een partij petten geleverd door FAR aan Edco, waarbij Edco zich beroept op verjaring van de vordering. De kern van het geschil betreft de vraag of de verjaring is gestuit door eerdere procedures en handelingen van FAR zelf of van aanverwante partijen zoals Wiener.
De rechtbank en het hof hebben de vordering van FAR afgewezen wegens verjaring. Het hof oordeelde dat stuiting van de verjaring alleen kan plaatsvinden door handelingen van de schuldeiser zelf en verwierp het beroep van FAR dat stuitingshandelingen van Wiener, een aanverwante partij binnen hetzelfde concern, aan FAR toegerekend moeten worden.
FAR stelde in cassatie dat het hof ten onrechte niet heeft meegewogen dat Wiener en FAR als één partij opereren en dat de procedure van Wiener jegens Edco ook als stuitingshandeling voor FAR moet worden aangemerkt. De Hoge Raad constateert dat het hof deze stelling niet voldoende heeft betrokken in zijn beoordeling en vernietigt het arrest om de zaak terug te verwijzen voor nadere motivering en beoordeling van deze vraag.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad diverse klachten over de motivering van het hof omtrent de stuiting van verjaring door correspondentie en overleg, en bevestigt dat de stuiting alleen kan plaatsvinden door de schuldeiser zelf of een daartoe bevoegd persoon. Het beroep op redelijkheid en billijkheid om verjaring te voorkomen wordt door het hof verworpen en door de Hoge Raad niet onaanvaardbaar bevonden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere beoordeling van de toerekening van stuitingshandelingen.