ECLI:NL:PHR:2010:BM3958
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens niet beslissen op getuigenverzoek en overschrijding redelijke termijn
Het Gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte op 2 september 2008 veroordeeld voor poging tot doodslag, een verkeersovertreding en vernieling. De verdediging verzocht om het horen van de aangever als getuige, voorwaardelijk gesteld dat diens verklaring voor bewijs zou worden gebruikt. Het hof besloot echter niet uitdrukkelijk op dit verzoek, terwijl de rechter-commissaris het verhoor van de getuige wegens diens geestelijke gezondheid had afgebroken.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof had moeten beslissen op het voorwaardelijke getuigenverzoek, aangezien aan de voorwaarden was voldaan. Het nalaten daarvan leidt tot nietigheid van het arrest. Daarnaast klaagt de verdediging over het niet tonen van een bewakingsvideo, maar dit middel faalt omdat het verzoek niet herhaald werd en de verdediging afstand deed van het horen van niet verschenen getuigen.
Verder is de redelijke termijn voor berechting overschreden, aangezien de stukken pas bijna tien maanden na het cassatieberoep bij de Hoge Raad binnenkwamen. De Hoge Raad vermindert de straf naar eigen inzicht en vernietigt het arrest voor zover het de poging tot doodslag en strafoplegging betreft, met terugverwijzing naar het hof voor hernieuwde berechting. Het overige beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd vanwege niet beslissen op getuigenverzoek en overschrijding redelijke termijn, met terugverwijzing voor hernieuwde berechting.