ECLI:NL:HR:2004:AR3217
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel hof over betrouwbaarheid getuigenverklaringen en verwerpt verzoek tot horen getuigen
In deze strafzaak heeft het Hof Amsterdam verdachte veroordeeld voor ontucht met zijn minderjarige kind tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte geen beslissing had genomen op het verzoek om een viertal getuigen te horen.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van twee getuigen, de zoon en de vrouw van verdachte, onbetrouwbaar waren vanwege de lange tijd die was verstreken en de wijze van verhoor, en verzocht subsidiair om nader getuigenverhoor. Het hof oordeelde echter dat de verklaringen betrouwbaar waren en dat de voorwaarde voor het horen van de aanvullende getuigen niet was vervuld.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof de verklaringen gemotiveerd betrouwbaar heeft geacht en dat het verzoek tot het horen van getuigen een voorwaardelijk karakter had, afhankelijk van het oordeel over die betrouwbaarheid. Omdat het hof de verklaringen als betrouwbaar beschouwde, was een uitdrukkelijke beslissing op het verzoek niet vereist. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van verdachte blijft gehandhaafd.