ECLI:NL:PHR:2010:BL3866
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verjaring en stuiting van dwangsommen bij nakomingsovereenkomst met gemeente
In deze zaak gaat het om de vraag of de verjaring van dwangsommen, opgelegd aan de Gemeente Apeldoorn ter nakoming van een overeenkomst, is gestuit door onderhandelingen en correspondentie tussen partijen.
De rechtbank had een vonnis gewezen waarin de gemeente werd veroordeeld tot levering van grond en betaling van dwangsommen bij niet-nakoming. De dwangsommen zouden volgens het hof zijn verjaard, omdat er geen ondubbelzinnige schriftelijke mededeling was die de verjaring stuitte. De brief van 5 maart 2003 en andere onderhandelingen werden niet als stuitingshandeling erkend.
De Hoge Raad bevestigt dat stuiting van verjaring vereist dat een schriftelijke mededeling ondubbelzinnig aangeeft dat de crediteur zijn aanspraak behoudt. Enkel weten dat de crediteur zijn recht wil handhaven is onvoldoende. Ook een beroep op redelijkheid en billijkheid om verjaring te negeren faalt, omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn. De verjaring van dwangsommen volgens art. 611g Rv biedt een versterkte bescherming aan de debiteur tegen excessieve risico's.
De conclusie is dat het cassatieberoep wordt verworpen en de verjaring van de dwangsommen ongestuit is gebleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de dwangsommen zijn verjaard omdat geen ondubbelzinnige schriftelijke stuiting heeft plaatsgevonden.