ECLI:NL:HR:2010:BL3866
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verjaring van dwangsommen bij niet-stuiting door brief in onderhandelingen
De zaak betreft een geschil tussen [eiseres] en de Gemeente Apeldoorn over de verjaring van dwangsommen die voortvloeien uit een vonnis waarbij de Gemeente verplicht werd een ontsluitingsweg aan te leggen en toegang te verschaffen tot een bedrijfsterrein. [Eiseres] vordert betaling van dwangsommen wegens vermeende niet-naleving van deze verplichting.
De rechtbank wees de vordering af; het gerechtshof oordeelde dat de dwangsommen, indien verbeurd, verjaard waren op grond van art. 611g Rv, omdat zes maanden na verbeuring de dwangsommen vervallen. Het hof verwierp dat onderhandelingen tussen partijen de verjaring hadden gestuit en ook het beroep op redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 BW Pro) faalde wegens gebrek aan concrete feiten.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof. De brief van 5 maart 2003, verzonden in het kader van onderhandelingen, vormt geen zelfstandige stuitingshandeling in de zin van art. 3:317 BW Pro. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid wordt verworpen omdat onvoldoende concrete feiten zijn aangevoerd. Het beroep wordt afgewezen en [eiseres] wordt veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt beroep en bevestigt dat verjaring van dwangsommen niet is gestuit door brief in onderhandelingen.