ECLI:NL:PHR:2010:BK9154
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van staatsimmuniteit en verzetstermijn bij verstekvonnis tegen buitenlandse staat
Azeta B.V. vorderde betaling van de Republiek Chili wegens wanprestatie en onrechtmatige daad, maar Chili verscheen niet en werd bij verstek veroordeeld. Veertien jaar later kwam Chili in verzet, stellende immuniteit van jurisdictie. De rechtbank verklaarde het verzet niet-ontvankelijk wegens te late indiening, waarbij een brief van het Chileense Ministerie van Buitenlandse Zaken werd gezien als een daad van bekendheid met het verstekvonnis.
Het hof vernietigde dit oordeel en oordeelde dat het verstekvonnis in strijd was met het volkenrechtelijke beginsel van staatsimmuniteit, waardoor Chili in verzet kon worden ontvangen en de rechter onbevoegd was. Azeta kwam in cassatie tegen dit arrest.
De Hoge Raad stelde vast dat het verzetstelsel gesloten is en dat een verstekvonnis niet van rechtswege nietig is door immuniteit. De vraag of de verzettermijn is overschreden moet strikt worden beoordeeld, maar art. 6 EVRM Pro kan een zekere verruiming rechtvaardigen. De rechter moet ambtshalve de internationale bevoegdheid toetsen, maar dit staat los van de formele verstekverlening. De brief van 14 maart 1985 kwalificeert niet als daad van bekendheid, en de gesprekken in Genève kunnen mogelijk wel als zodanig gelden, mits vertegenwoordiging van Chili aannemelijk is.
Ten slotte bevestigde de Hoge Raad dat de immuniteit van jurisdictie voor Chili geldt, omdat de vorderingen voortvloeien uit pachtovereenkomsten en handelingen van overheidshandelen. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling wegens onjuiste beoordeling van verzet en immuniteit.