ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0733
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling staatsimmuniteit en verzettermijn in civiele procedure tegen Republiek Chili
De Republiek Chili kwam in hoger beroep tegen verstekvonnissen van de rechtbank Rotterdam die haar veroordeelden tot betaling van US$ 15 miljoen aan Azeta B.V. De vordering was gebaseerd op vermeende wanprestatie en onrechtmatig handelen in verband met pachtovereenkomsten van bosgrond op het eiland Chiloé.
De rechtbank had de Republiek Chili niet tijdig in verzet geacht vanwege een brief die als daad van bekendheid met het verstekvonnis werd gezien. Het hof oordeelde echter dat deze brief niet voldoende bewijs leverde dat Chili bekend was met de inhoud van het vonnis en dat de verzettermijn niet strikt kon worden toegepast vanwege het volkenrechtelijke beginsel van staatsimmuniteit.
Het hof stelde dat de Nederlandse rechter onbevoegd was omdat de vordering voortkwam uit handelingen die de Republiek Chili in haar overheidstaak verrichtte (acta iure imperii). De verstekveroordeling werd vernietigd en het hof ontheft Chili van de veroordeling. Azeta werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het verstekvonnis en verklaart de Nederlandse rechter onbevoegd wegens staatsimmuniteit, waarbij de vordering van Azeta wordt afgewezen.