ECLI:NL:PHR:2009:BJ7251
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepkwekerij
In deze zaak gaat het om de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel door betrokkene uit de exploitatie van een hennepkwekerij in een woning die zij verhuurde. Betrokkene verhuurde de woning voor € 800 per maand, maar in de periode van de hennepkwekerij betaalde de huurder slechts € 200 per maand in ruil voor het verzorgen van de planten. Het hof stelde het wederrechtelijk voordeel vast op € 16.403,78, gebaseerd op opbrengsten van drie oogsten en aftrek van directe kosten.
Betrokkene voerde in cassatie aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het geen rekening had gehouden met de huurkorting die de huurder kreeg, de verbouwingskosten om de woning weer in oorspronkelijke staat te brengen, de kosten voor de opbouw van de kwekerij en het verschil in energiekosten. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de huurkorting niet in mindering is gebracht, terwijl dit door betrokkene aannemelijk werd gemaakt. De overige klachten over kosten zijn niet gegrond omdat het hof deze kosten terecht voor rekening van betrokkene heeft gehouden of omdat betrokkene deze onvoldoende heeft onderbouwd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor nadere motivering over de huurkorting en de kosten die in aftrek kunnen worden gebracht. De zaak betreft een complexe beoordeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel waarbij de motivering van het hof essentieel is voor de rechtseenheid en rechtsontwikkeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere motivering over de huurkorting en kosten in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.