ECLI:NL:HR:2005:AR8661

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 januari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02590/04 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • C.J.G. Bleichrodt
  • J.P. Balkema
  • A.J.A. van Dorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 577b SvArt. 561 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid herzieningsaanvraag ontnemingsmaatregel wegens geen veroordeling

Op 4 januari 2005 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over een herzieningsaanvraag van een ontnemingsmaatregel opgelegd door de Politierechter te Zwolle. De aanvraagster werd verplicht een bedrag van €7.000,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te voldoen, met een vervangende hechtenis van 140 dagen bij niet-betaling.

De Hoge Raad oordeelde dat de oplegging van een ontnemingsmaatregel geen veroordeling is in de zin van artikel 457, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, waardoor de herzieningsaanvraag niet-ontvankelijk is. De Hoge Raad wees tevens op de mogelijkheid voor de rechter die de maatregel oplegde om op verzoek het bedrag te verminderen of kwijt te schelden, en voor de officier van justitie om uitstel of betaling in termijnen toe te staan.

De Hoge Raad verklaarde de herzieningsaanvraag niet-ontvankelijk en bevestigde hiermee de onherroepelijkheid van de ontnemingsmaatregel. Dit arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend-griffier.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag niet-ontvankelijk omdat oplegging van een ontnemingsmaatregel geen veroordeling is in de zin van art. 457, eerste lid, Sv.

Uitspraak

4 januari 2005
Strafkamer
nr. 02590/04 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Zwolle, zitting houdende te Lelystad, van 8 juli 2003, nummer 07/000832-02, ingediend door:
[aanvraagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de aanvraagster de verplichting opgelegd om ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te voldoen een bedrag van € 7.000,--, bij gebreke van volledige betaling of van volledig verhaal te vervangen door 140 dagen hechtenis.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
De aanvrage kan niet tot herziening leiden, reeds omdat oplegging van een ontnemingsmaatregel niet is een veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvrage kan daarom niet worden ontvangen.
Opmerking verdient dat de rechter die de maatregel heeft opgelegd op grond van art. 577b, tweede lid, Sv bevoegd is op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de veroordeelde het vastgestelde bedrag te verminderen of kwijt te schelden, en dat de officier van justitie op grond van art. 561, derde lid, Sv uitstel van betaling of betaling in termijnen kan toestaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 4 januari 2005.