ECLI:NL:PHR:2009:BJ2686
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van de Staat voor falend toezicht op een notaris
Deze zaak betreft de vraag of de Staat aansprakelijk is voor falend toezicht op een notaris, waarbij Westmaas schade heeft geleden door verduistering van gelden door die notaris.
De feiten tonen dat het Centraal Bureau van Bijstand en de Kamer van Toezicht herhaaldelijk rapporten en waarschuwingen hebben uitgebracht over de financiële situatie van de notaris, die een negatief vermogen en liquiditeitstekorten vertoonde. De notaris heeft niet tijdig alle financiële stukken ingediend en kreeg meerdere berispingen en oproepen. Ondanks toezeggingen bleef de situatie zorgelijk, maar de notaris werd pas in 1997 ontslagen.
Westmaas had in 1996 een groot bedrag in depot gestort bij de notaris, dat later werd verduisterd. Westmaas stelde de Staat aansprakelijk wegens onvoldoende toezicht. Rechtbank en Hof oordeelden dat de Staat onrechtmatig had gehandeld door onvoldoende toezicht, maar dat er geen causaal verband bestond tussen het falen van de Staat en de schade van Westmaas. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af.
De Hoge Raad benadrukt de ruime beleidsvrijheid van de Staat bij toezicht, de beperkte bevoegdheden van toezichthouders destijds, en het belang van terughoudendheid bij het aannemen van overheidsaansprakelijkheid. Tevens wordt gewezen op maatschappelijke en juridische overwegingen omtrent toezicht en aansprakelijkheid.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de Staat niet aansprakelijk is voor de schade van Westmaas wegens falend toezicht.