ECLI:NL:PHR:2009:BI9329
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke lozing van gasolie in oppervlaktewater zonder vergunning
Op 10 augustus 2005 werd verdachte betrapt op het lozen van een oliehoudende stof, gasolie, in de Zuid Willemsvaart zonder vergunning. Het hof verklaarde bewezen dat verdachte vanaf het schip een emmer vloeistof op de walkant gooide, die in het oppervlaktewater terechtkwam. Diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van verbalisanten en getuigen, en een analyse van de vervuiling, ondersteunden dit.
De tenlastelegging werd door het hof verbeterd door de ontbrekende woorden "op andere wijze dan met behulp van een werk" in te lezen, wat volgens de Hoge Raad geen schending van de verdediging van verdachte opleverde. De Hoge Raad oordeelde dat de uitleg van de tenlastelegging begrijpelijk was en dat het hof terecht tot een bewezenverklaring kwam.
Verdachte voerde geen overtuigend verweer tegen het opzettelijk karakter van de lozing. Het hof concludeerde dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat de vloeistof in het water zou komen en deze aanvaardde. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot een geldboete en subsidiaire hechtenis.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor opzettelijke lozing van gasolie in oppervlaktewater zonder vergunning tot een geldboete van €750,-, subsidiair 15 dagen hechtenis.