ECLI:NL:PHR:2009:BI4080
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor moord met voorbedachte raad door verdrinking echtgenote
Op 10 juni 2006 raakte de auto van verdachte en zijn echtgenote te water in een ondiepe sloot nabij Middelie. Het slachtoffer werd levenloos onder water aangetroffen met haar hoofd en linkerschouder vast in de modderbodem. Uit uitgebreid deskundigenonderzoek bleek dat het onmogelijk was dat het slachtoffer zelfstandig in deze positie was geraakt, maar dat een externe kracht, namelijk verdachte, haar onder water heeft gebracht en vastgehouden.
Het hof stelde vast dat verdachte tijd en gelegenheid had om zich te beraden op zijn daad, waarmee sprake was van voorbedachte raad. Verdachte had zijn echtgenote onder water gedrukt en gehouden totdat zij stierf door verdrinking. De verdediging voerde onder meer aan dat het bewijs onvoldoende was en verzocht om tegenonderzoek, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de deskundigen uitgebreid waren gehoord en de argumenten van de verdediging de kern van het bewijs niet ondermijnden.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat sprake was van moord met voorbedachte raad en verwierp de cassatiemiddelen. De opgelegde straf van 15 jaar gevangenisstraf werd als passend en geboden beschouwd gezien de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van verdachte. Verdachte toonde geen berouw en heeft de leugens over de toedracht volgehouden, wat de ernst van zijn daad onderstreepte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf wegens moord met voorbedachte raad door verdrinking van zijn echtgenote.