ECLI:NL:PHR:2009:BH4720
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid opname persoonsgegevens in incidentenregister bij vermoedens van hypotheekfraude
De zaak betreft verzoekers die door ING werden opgenomen in een incidentenregister wegens vermoedens van hypotheekfraude, valsheid in geschrifte en oplichting. Verzoekers stelden dat het dienstverband van een van hen met Inter Adrem Consulting BV (IAC) slechts papieren was en dat de documenten vals waren. De rechtbank en het hof oordeelden aanvankelijk dat ING onvoldoende bewijs had voor opname, maar na heropening van het geding wegens bedrog door verzoekers, stelde het hof vast dat het dienstverband niet reëel was en dat de hypothecaire leningaanvragen frauduleus waren.
Het hof overwoog dat de documenten vals waren omdat zij gebaseerd waren op een niet werkelijk bestaand dienstverband, en dat verzoekers gezamenlijk als één partij hadden geprocedeerd. Het hof plaatste de strafrechtelijke persoonsgegevens terecht in het incidentenregister, ook al was er geen strafrechtelijke veroordeling, omdat de feiten een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld opleverden.
De Hoge Raad bevestigde dat de burgerlijke rechter bevoegd is om in civiele procedures te oordelen over strafrechtelijke gedragingen, mits de onschuldpresumptie wordt gerespecteerd. Ook oordeelde de Hoge Raad dat het hof niet buiten de rechtsstrijd trad en dat de motivering van het hof voldoende was. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de beschikking van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekers wordt verworpen en de beschikking van het hof wordt bevestigd.