ECLI:NL:PHR:2009:BH3187
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest in civiele vennootschapszaak
In deze civiele procedure tussen partijen die een vennootschap onder firma hadden opgericht, vorderde eiser onder meer schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van verweerder en medewerking aan de verdeling van het vennootschapsvermogen. Na een tussenvonnis en een eindvonnis van de rechtbank, stelde eiser hoger beroep in bij het gerechtshof. Het hof bepaalde een comparitie van partijen en hield verdere beslissing aan middels een tussenarrest.
Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in tegen dit tussenarrest. De Hoge Raad oordeelde dat het tussenarrest geen eindbeslissing bevat die het geding beëindigt, en dat volgens artikel 401a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering cassatieberoep tegen een tussenarrest slechts samen met het eindarrest kan worden ingesteld. Daarom is het cassatieberoep van eiser niet-ontvankelijk.
De conclusie van de Advocaat-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser in zijn cassatieberoep. Het arrest bevestigt de strikte toepassing van procedurele regels omtrent cassatieberoep tegen tussenarrest in civiele zaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen het tussenarrest is niet-ontvankelijk verklaard.